|
WU
JI , de wereldas 1999
De
meester zegt: Het karakter Wu-Ji is
de natuur en de mens. De natuur is het groeien, de mens is het praten en het
doen. Dit is tussen hemel en aarde het zichtbare gebeuren en dit is dus Ji. En
Wu zegt nee, Wu zegt niet. Dat is de zegging van Wu. Dit is een sluitstuk van
wat de mens in al zijn I Ching tekens als basisgrond had, want de mens ging ook
verder, langs de wereldas het kosmische in en creëerde boven het te
materialiseren uit de godenwereld als vorm van het onvatbare wat in ieder I
Ching teken besloten ligt. Het is aan de mens om uit ieder I Ching karakter de
abstractie te vinden die verlossing geeft in zijn probleem van bestaan. En nu
komt dus het niet en nu keert het menselijk denken zich van de toekomst af en
gaat het verleden in. Het onvatbare in ieder I
Ching teken is dat wat ooit reeds gebeurt is in vroeger tijden of in oertijden.
Ieder I Ching teken wijst de mens er op dat hij zich moet transformeren tot ver
verleden tijden, dat wat LaoTze bedoelt met wees niet jezelf, wees de ander. De
ander die je duizenden jaren terug reeds was. Jezelf instellend op transformatie
wordt het denken van die tijd je eigen. Dat denken vult het onbegrijpbare van
het Chinees karakterteken in met begrip. Men ervaart dan ook dat het karakter
5000 jaar geleden ontstond in volledig begrijpen en dat de ontwikkeling der
mensen steeds meer naar realisme zocht en daardoor ontstond er in het Chinese
karakter de ruimte die niet meer ingevuld kon worden doordat de hersenen die dat
zouden moeten doen in realisme en materialisme zich zijn gaan ontwikkelen. Er
ontstond in ieder karakter de
ontvangende mogelijkheid waarin de mens zich kon transformeren, totdat hij het
karakter zich geheel spiritueel
eigen kon maken en zo kwam hij te leven in 1000 tot 5000 jaar terug. De nu
bestaande wereld werd geheel overzichtelijk en geheel onleefbaar voor de
getransformeerde mens. De vele Oosterse richtingen van Yoga meditatie zijn
pogingen dit materialisme uit zichzelf te halen.
De ship-chinezen in de baai van Tokio (?),
de dichtst bij het ontstaan levende hebben het huisaltaar waar de
voorouderverering plaats vindt. De voorouderverering is de regelrechte weg van
de transformatie. In het Westen alleen aangeduid in de cultuur als “eert uw
vader en uw moeder opdat het u wel ga”. Er mag namelijk in de teruggang in het
leven geen enkele blokkade zijn van dat men iemand niet mag. Het totale
vergeven, in het Westen de woorden van de Christus aan het kruis, zijn de weg de
tegenovergestelde richting van de wereldas volgend als het Westen zoeken in de I
Ching van de bevrijdingskracht van de I Ching dus daar waar het de aarde
doorboort en de mens zichzelf ontmoet daar waar hij het meest echt leefde.
Zo ligt dus ook het echte leven na de dood.
Het zichzelf steeds inprenten wat
men ooit was vult de dag met grote krachten die ook het lichaam sterk maken,
omdat men duizenden jaren terug meer kracht had als noodzaak om te kunnen leven.
Dit is een verjongingsproces, in de psychiatrie aangeduid als regeneratieproces,
en als men het geluk heeft bijvoorbeeld de Christus dus 2000 jaar terug te zijn,
dan is men een zegen voor wie met u leeft. U kan ook de woudbewoner zijn of de
grotbewoner die overpeinst hoe te overleven en daartoe zijn toen heersende goden
aanriep en zo bestrijkt men de hele wereldas van onder de aarde door de aarde
naar boven de aarde en men ziet dat in beide uitersten het heelal is. De goden
vanuit de duizenden jaren terug waren niet de etherische goden die de materie
moesten oplossen maar het waren goden die juist de materie verhevigden omdat het
begrip der mensen al zo groot was kon de boom of de oeros hun vrijheid en
bevrijding nog versterken. Het is een sterven tijdens
het leven en een herrijzen tijdens het leven in wat men ooit was. De wereldas gaat door het
hart van de aarde, in vele volken aangeduid als het hellevuur. Voor de weg der
transformatie moet men door de hel maar na de hel is er een nieuwe hemel, de
basis van de wereldas. Created by Zen master Anton Heyboer 1999
|
|
Anton Heyboer, 1924-2005
SITEMAP |