terug naar index verhalen

TAI-JI,  het teken Yin en Yang

15-12-98

  Toen in de tijd van yin en yang, toen was de wereld nog niet met één vrouw. Daarom heerst er in het lezen van de Yi-Jing altijd de moeilijkheid dat de man is yang en de vrouw is yin, en dat daarmee het teken yin en yang bepaald is. Dan gaat de mens ook ieder karakter benaderen vanuit een gezichtspunt van een tweeledigheid en die al gauw tot de conclusie wil dwingen van oorzaak en gevolg. Daardoor zijn de karakters van de Yi-Jing Westers vaak zweverig en buiten het begrip liggend.

  Maar wie het karakter yin en yang ziet, die ziet dat het uit vier bronnen bestaat, want in het yin is de cirkel aanwezig van het yang en omgekeerd bij het yang is de cirkel aanwezig van het yin. Hoe komen die daar, wat heeft de mens bezield dat karakter deze vorm te geven.

  Als we ieder van de afzonderlijke vormen van het karakter yin-yang een eigen waarde en een eigen personificatie geven, dan komen we tot het teken van vier vrouwen die gezamenlijk het evenwicht scheppen. Doordat ze in dezelfde geest gerakend tot het evenwicht uitgroeien waar ook Mohamed de stellingen van Christus 600 jaar later verbeterde.

  Het Tai-Ji en het Wu-Ji, dat is het gebied der man en het Wu-Ji is het niets, één geworden door de samensmelting van het anima en het animus in de man zelf, maar wie dit meegemaakt heeft, zal weten dat hij daar de menselijke controle over de geest verliest en hij krankzinnig wordt. En soms als genade treedt daar de universele vrouw in als bovenmenselijke mogelijkheid van eenheid en dat is de combinatie der vier vrouwen die de krankzinnig wordende man als mens zijn menselijkheid ontnemen en hem de Goddelijke taak opleggen om verder te leven als bevrijder of bevrijding van de mens zijn afdwalingen uit de universele geest, die in Wu-Ji in de man bewust zijn geworden maar die in het onderbewustzijn van de hele mensheid ingekapseld horen te liggen en de mens zijn gevoel voor religie in het absolutisme helen en het leven in alle vormen die het heeft, rijk of arm, altijd zijn volledige waarde geeft. Omdat dat wat ingesloten in hem ligt het leven opnieuw gekregen hebbende vanuit het eerst gegaan zijn naar het allerhoogste en de heilige vrouw die daar de genade gaf van een tweede bestaan.

  De mens die tot Wu-Ji gegaan is, leeft niet meer uit de aardse moeder maar uit de hemelse moeder, de Maria, en bij het creëren van het tweede bestaan is de vader ook niet meer aards en is in de hemel dit wil zeggen boven Wu-Ji. Ieder mens die doordrongen is van zijn tweede bestaan op aarde is een door aardse krachten of machten onverwoestbaar wezen. Het zijn er weinigen die deze weg naar het allerhoogste en met opdracht teruggekomenen tussen de mensen zijn. Het is een genade als een mens die nog in zijn eerste leven bezig is naar de top te gaan, als die mens luistert - en intuïtief aanvoelt - naar iemand die op de top geweest is en zijn tweede leven leeft. Dus zijn opdracht leeft. In zo’n mens is geen zoeken. Hij wordt dagelijks gestuurd door de wetten van het universum. 

Created by Zen master Anton Heyboer 1998

 

Anton Heyboer, 1924-2005    SITEMAPPLATTEGROND