|
terug naar index
verhalen
Het water in de mens
23 Juli 2002
Een
mens heeft twee levens, ieder leven heeft een eigen tijd. Ik was vroeger een
klein scheepje dat altijd op het water was. Ik realiseerde dit door al heel jong
van planken kleine bootjes te maken waarmee ik de grote baaien in ging. Overal
waar ik leefde was op of eilanden aan het water of later zelf op een bootje voor
anker in een haven. In de haven van IJmuiden, de Haringhaven.
Ik viste, althans ik deed iedere
dag 1100 haakjes die aan sneuen zaten, dat zijn korte zijlijntjes van de grote
hoofdlijn en ook iets dunner, zodat als ze vastraakten, de hoofdlijn heel bleef
en de sneu brak. Aan die haakjes deed ik kleine visjes en liet de lijn met een
zware steen met een stuk kurk als dobber, dus een apart stuk lijn van de steen
naar de oppervlakte om mijn plek terug te vinden. De lengte der lijn werd
bepaald door de afstand tussen twee sneuen, die ieder 3 meter lang waren en
elkaar niet mochten raken, zodat twee alen zich niet aan elkaar konden verlossen,
dat is dus 6 meter, 2x3 meter en dat 1100 maal. Dat is 600 meter, die bij iedere
dag in de schemering van de avond uitgezet moesten en voor het licht worden in
de ochtend weer opgehaald.
De kunst was dat deze 1100 haken
de lijn niet verwarden, want het zou nooit meer teruggebracht kunnen worden tot
zijn gestrekte lengte. Dit is de grote kunst van het hoeklijn vissen, zoals dat
heet. Door deze intense concentratie is de lijn ontstaan die mijn werk een eigen
plaats geeft in de kunst.
Het water in het lichaam en het
water van de zee werden zo'n eenheid dat water niet meer een vocht was en nat
maakte, het was je eigen zelf waardoor weer en wind geen vat meer hadden op het
lichaam.
Er was in mij altijd een wrang
gevoel dat ik de eeuwigheid leefde maar nog steeds de menselijke tijd mijn dagen
bepaalde. De eeuwigheid is de mythologische tijd, dat is een cirkel waar geen
begin en geen eind is en zo was mijn gevoel. De menselijke tijd is een rechte
lijn van het begin als geboorte naar het einde als het dood zijn. Langzaam drong
tot mij door dat ook mijn scheepje tot een einde zou komen. Steeds meer
vergeestelijkte mijn bestaan. Ik zette de lijnen nog wel uit, maar wisselde ze
niet waardoor ze niet meer enige dagen in hele zware pekel alle lucht van vis
kwijt zouden raken, omdat aal zeer scherp kan ruiken en de dood ruikt van de
vorige vangst. Het gevolg was dat ik niets meer ving en toch twee jaar bleef
doorgaan zonder ooit nog iets te vangen. Hiermee trachtte ik de rechte lijn van
geboorte tot sterven te doorbreken en in de mythologische tijd van de cirkel
terecht te komen. Ik ging iedere ochtend met mijn bootje evengoed naar de plek
waar de opkopers van de vis stonden en zag de andere beroepsvissers hun vangst
uit de beun scheppen en geld krijgen. Meer en meer werd hun leven van oorzaak en
gevolg een gevangen zijn op de rechte lijn van de menselijke tijd. Mijn
alleen-maar kijken er naar kreeg steeds meer gestalte als mythologie en ik
voelde het archetype, wat ik vanaf geboorte was, steeds meer tot zijn recht
komen.
Om te eten kon je gewoon bij de
rokerijen uit de tonnen waar de zojuist gerookte makrelen in lagen, die door te
gaar worden van hun kop waar de pennen door zaten waarmee ze boven het vuur
hingen, van deze kop af vielen in het vuur en snel in de tonnen gegooid, waar je
ze kosteloos, het was hun afval, koppelaars heten ze, en ze waren je gegund.
Het
leven met het water in mij en om mij vergeestelijkte zich zover dat ik nu 50
jaar later, voel dat mijn schip op de bodem der zee ligt en daar leef ik in.
Daar ben ik pas in mijn element, ik zie nu dat het menselijk gesproken een
schoonheid heeft, een schip op het water, maar toch een rechte lijn blijft naar
het einde. Ik voel nu op de bodem het gezonken schip als mijn thuis en voel nu
dat ik leef in de mythologische tijd van de cirkel waar geen dood is. De
schoonheid van het afbrokkelen van het wrak is mij nu eigen geworden en ik denk
geen enkele menselijke gedachte meer.
De
stroming der zee bepaalt mijn leven dat geen tijd meer heeft. De
vergeestelijking gaat nu snel door. Ik zie nu dat ik bij mijn wrak blijf om er
te zijn, om niet op te gaan in het eeuwige, en ik ervaar dat het zout der zee
wat van de rotsen geslepen is in de miljoenen jaren ook niet niets wilde zijn en
een ingebouwd beschermingsgeest kreeg waardoor het vierkant kristalliseerde. Dat
was het zijn van het zout. Het water van de zee is zeskantig als zelfbewustzijn
van zijn zijn.
Zo is ook het 90 procent water in
mij 6-kantig, maar om mij mijn identiteit te geven is er tegen de 6 kanten aan
een stof die zich daar 6-kantig op zichzelf manifesteerde tot koolstof. Zo
ontstond de koolstof molecuul om mij mijn identiteit te geven zoals het zout
zich zelf een identiteit gaf door zich vierkant te kristalliseren. Het enige
leven wat mij dus onderscheidt van de eeuwigheid is een zeskantig laagje
koolstof dat zich om het water heeft gevormd, zoals dat bij alle levende
organismen het geval is en zo weinig is dus het leven, en zo gemakkelijk is het
om in de eeuwigheid over te gaan.
Het bewustzijn is niet meer een
menselijk rechtlijnig bewustzijn, is een cirkel geworden waar alle wetenden een
plaats op hebben. Ik zie nu ook in dat alles, wat er is, bezig is te overleven
en zich een weerbaarheid te geven. Zo kreeg ik met het zeskantige bergkristal
meer kontakt als met de mens. Het bergkristal dat een oerstroom is uit het
ontstaan der aarde kreeg hetzelfde universele bewustzijn als het water en in de
genen van het kristal ontstond het er-willen-zijn en zo groeide het bergkristal.
Zo kan ik weer op de aarde leven tussen alle kristallen, zoals Coelestien, een
veel voorkomend groen kristal, vooral in Australie en Madagaskar, dat zich in al
zijn pracht als vierkant kristal manifesteert en al deze steenbewustzijnen
hebben een andere trilling en vormen tezamen de gezondheid van het organische
bestaan. De polen van de aarde zijn waterkristallen, die zich tot enorme
ijsvlakten en bergen waar maken en heersen. Zij zijn allen zeskantige kristallen.
Het koolstof molecuul in de mens is ook zeskantig en dit is het geheim van de
mythologische tijd, van de cirkel, waarop men ergens leeft, niet wetend van tijd,
niet wetend van ouderdom, alles is jong als het poolijs en de zee.
Met
de zeskantige kristallen om je heen, in grote mate, zoals ik leef, honderden
vaten uit Argentinie en Arkansas vormen om mij heen een zee van eeuwigheid die
mij doorlopend verlost van het menszijn. Mij ook verlost van de menselijke tijd,
en mij doet leven in de mythologische tijd en met vier vrouwelijke metgezellen
vormen wij een mythologisch archetypisch oerbeeld wat Mohammed al wist toen hij
Allah schiep, de mens direkt in de eeuwigheid plaatsen, waardoor deze mensen ook
zo gemakkelijk afstand van het leven doen. Deze gedachte werd 600 jaar na
Christus als vernieuwd Godsbewustzijn onder de mensen gebracht.
Het jezelf naar de eeuwigheid toe
lijden was daarvoor de Christus als mens aan het kruis wat vierzijdig is. In
universeel bewustzijn blijven al deze Gods-beelden bestaan en zeker het
Buddhisme als grondlegger van het denken dat men zich verlossen moet van
zichzelf, zoals Laotze in zijn boek zegt, 600 jaar voor Christus, “wees nooit
jezelf, wees altijd de ander”. Dit is het Zen Buddhisme, dit is mijn basis van
denken en leven en van daaruit noem ik mij zelf Zen-meester, omdat ik het
oer-Buddhisme tot in het moment van nu levend kan houden en levenschenkend kan
leven. Dit is mijn vorm van overleven, dit is de zeskantige molecuul tot
zeskantig kristal energie brengend dagelijks aan de mensheid schenk in een vorm
van kunstenaarschap, gedreven en gegrond.
Alle
kristallen, duizenden om ons heen, zijn een materialisatie en een vuurtoren de
juiste haven binnen te gaan om het leven zinvol te laten voortgaan.
De
vibrerende spanning waardoor de aarde bestaat, is tussen het zout der zee en het
zoete water in de organismen. In de I Ching ondergebracht als het zoet yin en
het zout yang, waarop hun hele wijsheid gebaseerd is.
Ons
hele bestaan komt uit de genen der zee, waar het water van de zeskantige
kristallen van de Noord en de Zuidpool zich tot water maken, geactiveerd door de
vierkantige kristallen van het zout, wat van de gebergten is losgekomen,
waardoor de ijzige kou van de zee zich door het zout opwarmt door de yangkracht
van het zout. Deze strijd van het zoete water en het zout beheerst in wezen de
wereld, maar het beheerst ook de mens die uit het zoete water is samengesteld en
die het yang van het zout nodig heeft om in de juiste yin-yang verhouding te
komen. Zo spreekt men ook van het zout der aarde en was in vervlogen tijden zout
het kostbaarste in gebieden waar dat niet bereikbaar was.
Het verschuiven der aardschollen
op de bodem of die de bodem der zee vormen, verandert de stroming van de zee, en
daarmee het kosmische bewustzijn dat wij ons eigen kunnen maken in het
omzettingsproces van de universele kosmos. Dit eigen maken is nodig voor ons
voortbestaan. Met veel bewustzijn kan men dit proces in zichzelf voelen. De
stroming der zee schept ook de plaatsen van de hoge en lage drukgebieden in de
atmosfeer en bepaalt dus ook het klimaat en omdat dit proces doorlopend gaande
is verblijft de grote denker of de kluizenaar, waaronder ikzelf, buiten de
klimaat-invloed. Kluizenaars in grotten en ikzelf in een kooi van Faraday die
2000 vierkante meter leefruimte geeft. Het denken blijft dan steeds op dezelfde
lijn en men kent geen veranderingen, en dat stabiliseert het gevoel van
eeuwigheid waarin ik denk.
Zen master Anton Heyboer
|